Botox en fillers worden vaak samen genoemd, maar werken verschillend.
Botox vermindert tijdelijk de activiteit van bepaalde spieren. Daardoor kan de huid erboven minder plooien en worden expressierimpels minder zichtbaar. Het effect is tijdelijk en de behandeling moet worden herhaald om het resultaat te behouden.
Fillers worden onder de huid geïnjecteerd om volume toe te voegen, contouren te veranderen of bepaalde lijnen en plooien op te vullen. Ook dit effect is doorgaans tijdelijk. Wie verloren volume wil herstellen, kan met fillers iets bereiken wat een huidbehandeling niet op dezelfde manier kan.
Er is ook een keerzijde. Bij fillers wordt een lichaamsvreemde substantie ingebracht en bij botox wordt bewust de werking van bepaalde spieren beïnvloed. Naast tijdelijke reacties zoals zwelling, roodheid of blauwe plekken kunnen er complicaties optreden.
Bij langdurige botoxbehandelingen kan de krachtenverhouding tussen de gezichtsspieren veranderen. Daardoor kunnen bijvoorbeeld een zwaarder ooglid of minder expressie ontstaan. Bij fillers zijn zeldzame maar ernstige vaatcomplicaties mogelijk. Ook knobbeltjes of zwellingen als gevolg van een vertraagde ontstekingsreactie kunnen voorkomen.
Het uiteindelijke esthetische resultaat hangt bovendien sterk af van het gebruikte product, de dosering, de techniek en de behandelaar.
Botox en fillers richten zich voornamelijk op rimpels, groeven, spieractiviteit of volumeverlies. Ze werken niet op dezelfde manier aan de kleur, helderheid en frisheid van het gelaat of aan de vernieuwing van de bovenste huidlaag.
Wie liever zonder injectables werkt, heeft gelukkig veel andere mogelijkheden.